Als de wethouder expliciet om je vraagt, heb je een belangrijk doel bereikt. Voor de Federatie van Bredase Verenigingen voor Blaasmuziek is het een alledaagse realiteit. Ze bezet een belangrijke stoel bij beleidsbeslissingen rond de amateurmuziek. En meer…




De gemeente gaat niet apart praten met elf verschillende verenigingen.
FBVB-Voorzitter Willfred van der Kloet en bestuurslid Jan Verschuren zijn daar heel beslist over. “Als je weet dat er in Breda één wethouder en één beleidsambtenaar gaan over de amateurkunst, dan snap je dat wel.” Een goede reden om het dan vanaf de andere kant goed te regelen. “Met de Federatie heeft de gemeente één gesprekspartner. Eentje die praat en luistert namens een groot deel van de Bredase verenigingen voor amateurmuziek.”

Overigens geldt deze stroomlijning niet alleen richting de gemeente. Ook de contacten met bijvoorbeeld muziekschool De Nieuwe Veste hebben aan inhoud en gewicht gewonnen. “We hebben vanuit de Federatie het mandaat om de algemene ledenvergaderingen van de BBM bij te wonen. Waar we dan alle aangesloten verenigingen vertegenwoordigen”, laat het tweetal weten. Iets wat in de praktijk niet alleen daadkrachtiger maar ook efficiënter werkt.

Echte samenwerking gaat niet samen met vrijblijvendheid. “De voorloper van de Federatie was een platform van verschillende muziekverenigingen. Eens in de zoveel tijd kwamen we dan samen, met steeds dezelfde agenda. Je praatte wat met elkaar, dronk een biertje en ging elk weer een eigen weg”, aldus het tweetal. “Op een gegeven moment dachten we: dat moet toch anders kunnen. Want op deze manier leidt het nergens naartoe. Je komt wel bij elkaar en hoort elkaars verhaal, maar je doet er verder niks mee.”

De verhoudingen binnen de Federatie zijn daarom formeel vastgelegd in statuten. Volgens de beide bestuursleden is dat een eerste vereiste. “Daarmee verdwijnt het vrijblijvende en garandeer je tegelijkertijd toch de onafhankelijkheid”, stellen ze. Om de precieze opzet te bekijken, bezochten Willfred en Jan bestaande formele samenwerkingsverbanden van muziekverenigingen. “Op dezelfde manier zijn collega-verenigingen van harte welkom om bij ons te komen kijken hoe wij dit vormgeven.”

Toch betekent het einde van de vrijblijvendheid niet het opgeven van identiteit. “Dat je je bepaalde afspraken maakt en je committeert, wil niet zeggen dat je vereniging dan ophoudt te bestaan. Je kiest er alleen voor om gezamenlijke belangen ook daadwerkelijk samen aan te spreken. Daardoor wordt je vereniging niet anders. Je tilt bepaalde zaken gewoon op een hoger plan. En binnen de Federatie behoudt elke vereniging gewoon haar eigen stem en kan dus ook beslissen om ergens niet aan mee te doen. Alleen blijkt in de praktijk dat iedereen de kracht van de samenwerking onderstreept en er volledig in meegaat.”

Het samenwerkingsverband werpt niet alleen vruchten af in de contacten met de gemeente. Het resulteert ook in verschillende gezamenlijke projecten. “We hebben ons voorgenomen om twee keer per jaar vanuit de Federatie een activiteit te organiseren. Zowel voor de opleidingsorkesten als voor de leden van de grote orkesten.” In dat kader willen ze dan nadrukkelijk de play-in met professionele muzikanten van de beroepsorkesten noemen. Maar ook de verschillende activiteiten voor jeugdleden en opleidingsorkesten.

Een recent wapenfeit is de betrokkenheid van de Federatie bij de opzet van een stappenplan rond muziekonderwijs. Jan: “Sterker nog, wij zijn de kartrekkers in dit proces. In eerste instantie hebben we als Federatie intern gepraat over onze behoeften, gedachten en ideeën. Vervolgens zijn we met onder andere de beleidsambtenaar en de muziekschool verder gegaan.” Uiteindelijk moet dit proces leiden tot een stapsgewijze muziekopleiding vanaf de basisschool tot en met individuele lessen.